West Highland Way



West Highland Way '05

11/10/2018

I hiked the West Highland Way back in September 2005. It was my first hike ever and I had no clue what it was all about, carrying both heavy gear and needless gear. I did however keep a day by day journal, which I now - after completing the Pacific Crest Trail - decided to rework, translate into English and put online.

Day 1 - Milngavie to Drymen (19 km)

Tegen kwart voor 6 in de ochtend verscheen ook onze West-vlaamse reisgenote Tine ten tonele. Een treinrit naar Charleroi (dat toch echt wel een grauwe en grijze stad is) en een korte busrit later arriveerden we aan de luchthaven. De check-in bleek nog dicht te zijn dus werd het nog even wachten. De check-in leek op het eerste zicht in orde. Rugzakken niet al te veel boven de 15kg. Tot plots door de luchthaven schalde "Attention, will mister Hendrickx, Sander Hendrickx, report at the information stand please. "Ja moet mij weer overkomen. De gasvullingen in mijn rugzak mochten dus duidelijk niet mee op reis. En na mij mocht ook Tine haar halflege gasbusje uit haar rugzak verwijderen. Maar, na een heel kort ontbijt, mochten we dan toch aan boord van de Ryan-air Boeing 737-800.

Toen we goed en wel in de lucht hingen hebben we de bierkaart-boodschap van Leen (de 4de reisgenoot, die op de allerlaatste moment noodgedwongen moest afhaken) gelezen. Verder nog wat genoten van het uitzicht, en vooral het dikke witte wolkendek.

Dus het vliegtuig. Niks echt bijzonders. Na een korte vlucht, vrij van terroristische escapades allerhande, landden we een kwartier voor op schema op het vliegveld van Prestwick. Klok een uur terugdraaien. Check-out of hoe het ook mag noemen duurde vrij lang maarja. Rugzakken gaan zoeken, handbagage er zo goed mogelijk bij in gestoken en op zoek naar een bus die ons naar Glasgow kon brengen. In Glasgow aangekomen vrij willekeurig en impulsief van de bus gestapt (op de moment dat 2 andere busgangers met een even grote rugzak uitstapten). Blijkbaar stonden we toen plots aan het centraal station daar. Zo slecht kon het dus niet zijn.

Daar wat openbaar vervoer richting Milngavie, het officiële startpunt van de West Highland Way, gezocht en niet veel later waren we alle drie de trotse bezitter van een treinkaartje naar daar. Ook zijn we er toen achter gekomen dat Schots en Engels evenveel op elkaar trekken als Antwerps en West-Vlaams. Maw je verstaat er geen woord van :-) Milngavie wordt door de mensen daar uitgesproken als "Milkaaif". Waarom is mij een raadsel. Het station had trouwens ook meer weg van een winkelcentrum waar nu en dan een trein passeerde. Dus zijn we er de Burgerking maar eens binnengestapt. Het is nu ongeveer 12 uur en het wordt zo stilaan tijd om eens een supermarkt te zoeken om wat voedsel te hamsteren voor de komende dagen. Bleek dus ook niet zo evident te zijn als het lijkt, maar na een handvol Schotten ondervraagd te hebben, zijn we dan uiteindelijk toch bij een supermarkt aanbeland. Gelukkig was het in Glasgow een of andere speciale feestdag ofzo waardoor alle winkels op zondag gewoon open waren. Wisten wij veel.

Helaas waren (zijn?) we niet zo’n bedreven wandelaars in de natuur, en veel verder dan de aankoop van wat flessen water, een paar blikken soep en een zak appels kwamen we dus voorlopig niet (achteraf bekeken niet de slimste aankopen gezien het gewicht van al die dingen...)

Terug naar het station, waar we na een 5-tal minuten reeds op de trein naar Milngavie zaten. Het originele plan was om daar te overnachten en dan ’s morgens vroeg aan de West Highland Way zelf te beginnen. Maar toen we tegen 5 uur in de late namiddag aankwamen in Milngavie bleek daar dus wel alles dicht te zijn. Aan de obelisk die het officiële startpunt van de WHW aanduidt een korte fotoshoot gehouden. De dichtsbijzijnde camping lag een paar kilometer buiten het dorpje en eigenijk zagen we het niet echt zitten om die nu te doen, om dan ’s morgens terug te keren naar hier. Uiteindelijk er dan maar niets beters op gevonden om maar meteen te beginnen wandelen op de WHW zelf, al vonden we dit zelf behoorlijk idioot. Alle drie de ganse nacht niet geslapen, de hele dag ofwel op het openbaar vervoer gezeten of in Glasgow rondgewandeld om dan tegen dat het donker begint te worden toch nog te beginnen wandelen... Die idiote ingeving heeft ons achteraf wel een volledige dag uitgespaard. Zo stom was het misschien dus nog niet.

Na een 3-tal uur wandelen door vooral bossen en heide zijn we gestopt in de Beech Tree Inn voor een degelijke avondmaatlijd. Na de maaltijd bleek het buiten echter plots volledig donker te zijn, en we hadden eigenijk nog niet het minste idee waar we de nacht zouden doorbrengen. Toen we echter net terug aan het wandelen waren, langs de gewone weg, stopte er een auto. Het bleek de vriendelijke Schot te zijn die aan de tafel naast ons had zitten eten. Hij bood ons een lift aan naar het dichtsbijzijnde dorp, Drymen. De man vriendelijk bedanktend voor zijn aanbod, laadden we onze rugzakken in zijn auto. Drymen bleek zowat de grootse “stad” te zijn die we tot Fort William aan het einde van de route zouden tegenkomen. Er waren zelfs een postkantoor en een supermarkt :-). Tegen half 10 in de avond vonden we een Bed & Breakfast waar we konde overnachten. De uitbaatster begon al meteen uit te leggen waar de local pub was maar ze had al vrij snel door dat we echt alleen behoefte hadden aan een warme douche, een bed en een dak boven ons hoofd. Allen bleken ze meer dan welkom te zijn.

Day 2 - Drymen to Balmaha (13 km)

Behoorlijk laat opgestaan. Maar al bij al is 8 uur ’s morgens zo slecht nog niet als je op vakantie bent ;-) Een uurtje later, tijdens ons eerste echt vettige Schotse ontbijt vielen de eerste druppels reeds uit de hemel. Het zouden zeker de laatste niet zijn. Na het eten nieuwe gasvullingen gaan kopen, aangezien de andere nog vrolijk in Charleroi vertoefden. Dan een korte stop in de lokale supermarkt (jaja ook in Schotland is “de Spar” blijkbaar bekend), vooral om wat suiker aan te schaffen. Gezien de regen leek het ons ook geen slecht idee om nu maar meteen postkaartjes te kopen en schrijven. ’t Is altijd leuk als die dingen aankomen voordat je zelf thuis terug voor de deur staat. Na al dit uitstellen was het tegen half 12 toch echt tijd om terug te gaan wandelen. Het zou een dag worden om niet snel te vergeten, mede dankzij de regen en wind. De route liep eerst door was sparrenbossen en heidelandschap, om vervolgens recht over Conic Hill te gaan. Het was vooral de klim en afdaling die onze fysiek duchtig op de proef stelde.

Volgens de reisgids die we bijhadden, geeft de top van Conic Hill de eerste prachtige zichten over Loch Lomond. Persoonlijk vond ik dat de regen en wolken het alleen nog mooier maakten. Een echt Schots loch met hier en daar wat kleine eilandjes in, een wolk die erboven trekt, heuvels op de achtergrond en dit alles bekeken vanaf de top van een nabijgelegen heuvel. Het had zijn charme, en even werd de regen, wind en loodzware rugzak vergeten. Tijdens de afdaling is Bram nog een keer uitgegleden, maar gelukkig brak zijn rugzak de val ietwat. Jaja dat ding is dan toch nog ergens goed voor. Een beetje irrelevant, maar ik dacht zo ik vermeld het toch maar even ;-) In de vroege avond arriveerden we op een camping (Milarrochy Bay Campsite) gelegen aan Loch Lomond, een anderhalve kilometer voorbij Balmaha. Na het opzetten van de tenten, maar voor het wassen en aantrekken van droge kleren vonden we dat we toch echt eerst moesten eten. Tomatensoep uit blik (achteraf bekeken niet eens goede) en 3 witte boterhammen hebben nog nooit zo goed gesmaakt. Tijdens de maaltijd is er geen woord gezegd. Iets dat de komende dag wel vaker zou voorkomen. Ja een klein bord lauwe tomatensoep uit blik en 3 droge witte boterhammen wordt meteen een stuk aantrekkelijker na een ganse dag met 20 kilo op je rug door de regen gewandeld te hebben. Om ons geluk helemaal compleet te maken stond er ons na deze maaltijd nog een lauwe douche te wachten... ’s avonds nog even een beetje gekaart, maar tegen 23u dan toch maar gaan slapen. Zo laat zijn we de rest van de route niet meer gaan slapen. Een mens leert snel bij.

Day 3 - Balmaha to Inversnaid (22 km)

8 uur, hoog tijd om op te staan. Relatief goede nachtrust gehad, gezien het feit dat ik mij slechts centimeters boven de Schotse bodem bevond. Dus tent afbreken, erachterkomen dat we niks hebben om te ontbijten en vervolgens terug op pad. Gelukkig had de camping een klein winkeltje, maar aangezien we eigenlijk al iets buiten het normale seizoen zaten, was er niet veel meer te vinden dan zo wat van die 3-hoekige boterhammen die goed bleven tot 19 september... geen probleem, in tijden van nood is men met minder tevreden.

Een mooie ochtenwandeling van 11 km later, afwisselend door bossen of langs de bonnie bonnie banks of Loch Lomond, kwamen we aan in Rowardennan. Gezien daar een jeugdherberg stond leek het ons geen slecht idee daar eens een kijkje te gaan nemen. Een schitterend gebouw, met uitzicht over Loch Lomond, waar de receptie helaas pas opengaat om 5 uur ’s avonds... Gezien het nog maar net een uur of 1 was, zat er niet veel anders op dan daar wat te eten en dan onze tocht langs de WHW te vervolgen. Onze drinkflessen bijgevuld en toen we net terug wilden vertrekken, besloot ik toch ook nog maar eens een kijkje te nemen in de inkomhal van de jeugdherberg. En wat zag ik daar? Het was zowaar een snoepautomaat. Hoe hebben ze die over het hoofd kunnen zien. Vreugde alom door deze welkome ontdekking. Snel een zakje chips en een mars en twix per persoon uit dat ding gehaald en iedereen had weer genoeg suiker binnen om een stevig stuk te stappen, van Rowardennan naar Inversnaid. Al vrij snel kwamen we langs een plekje dat in de reisgids stond aangegeven als “bench with a nice view”. Het leek ons geen slecht idee om hier eens wat foto’s te nemen met ons praesidiumlint aan. We hebben die dingen niet voor niets meegesleurd. Na een wonder boven wonder vrij droge (maar desalniettemin wel enorm zware) tocht, waarbij ikzelf ook een keer min of meer tegen de vlakte ging bij een ongelukkig geplaatste boomstronk, kwamen we in de vroege avond dan toch aan in Inversnaid. Dat dorp bleek dus te bestaan uit een hotel en een ietwat vervallen boathouse. In het hotel zat het resaurant vol met senioren. Vraag me niet wat die hier in de middle of nowhere komen doen, want ik zou het echt niet weten, maar gelukkig bestond ook de mogelijkheid om iets simpels als take-away te bestellen. Een hamburger met wat frieten en een blikje cola dus. Dit opgegeten aan de zijkant van het hotel. Alweer een maaltijd gekenmerkt door een stil genieten. Dat wandelen vergt blijkbaar toch wel wat van ons.

Vervolgens nog een kleine wandeling tot aan de wildcamp site, net naast de boathouse. Daar onze tenten rechtgezet, al is recht misschien wat overdreven optimistisch uitgedrukt gezien de afhellende en oneffen grond van het kleine grasveldje. De twee belgen die we eerder die dag waren tegengekomen langs de WHW hadden hun tent daar ook reeds neergeplant, waarschijnlijk de enige ietwat effe plaats daar in beslag nemend. Tijdens het opzetten van de tent ook voor de eerste maal kennis gemaakt met de Schotse “midgets”. Kleine vliegende insecten die enorm irritant zijn, en dit dan het liefst nog in grote zwermen tegelijk doen. Gelukkig waren we na de Conic Hill dag wel wat gewend, en na enige inspanning stond onze tent er dan toch.

Vergezeld van de andere twee Belgen nog even terug naar het hotel om eens een deftige sanitaire stop te maken, onze drinkbussen te vullen, en toch ook wel om eens een pint te drinken. Uiteindelijk zijn we niet verder gekomen dan een glas cola en om kwart voor elf lagen we reeds in onze slaapzak. Er werd besloten om de volgende dag om 7 ipv 8 uur op te staan. Typisch voor een vakantie...

Day 4 - Inversnaid to Crianlarich (21 km)

Zoals hierboven reeds vermeld, om 7 uur opgestaan. Tent opgebroken en ontbeten, al kan ik me niet echt herinneren of er nog wel iets te ontbijten viel... Even op onze Limburgse vrienden Kris en Laura gewacht die nog even terug naar het hotel gingen en vervolgens weer een dag WHW langs de bonnie bonnie banks of Loch Lomond. Onze dagtocht bestaat uit twee grote delen. Eerst 10 kilometer tot Inverarnan en dan nog eens 11 tot in Crianlarich. Vlak na ons vertrek passeerden we “Rob Roy’s cave”, maar aangezien we er redelijk doorheen zaten met de zware rugzak en de reisgids bovendien vermeldde dat het niet echt de moeite was om de korte omweg te maken, hebben we de grot letterlijk en figuurlijk links laten liggen.

Om iets na 10 een eerste pauze, samen met Kris en Laura. Tegen half 12 zagen we een mooi plekje langs Loch Lomond en gezien we zo stilaan het einde van ons favoriete Loch naderden leek het moment gekomen om een kort officieel gedeelde te houden. Rugzak af, lint zoeken, codex open op pagina 538 en een goed plekje zoeken om wat liedjes te zingen :-) Reden genoeg voor voorbijgangers om ons vreemde blikken toe te werpen neem ik aan. Gekke Belgen. Onze codices gezegend met Loch Lomond water, nog wat foto’s getrokken van dit memorabel gebeuren en iedereen was weer wat opgepept en klaar om de afstand tot Fort William nog wat te verkleinen.

Maar niet opgepept genoeg zou snel blijken. Het volgende stuk was enorm zwaar. Heel de tijd klimmen en dalen over veel te smalle en rotsachtige padjes, of zoals deze passage in de reisgids staat aangegeven: Trail squeezed between boulder and tree; rock-strewin craggy ground through hazel; large boulders on open ground beneath crags; climb ladder to bridge over rock slab and waterfall... de 20 kilo op de rug hielp ook niet echt. Dit was waarschijnlijk zo ongeveer het moment waarop de beslissing viel om in Inversnaid de bus te nemen naar Crianlarich, om daar onze plannen te herbekijken. Ook onze stop aan Loch Lomond was veel langer dan gepland. Om iets voor 2 in de middag kwamen we aan in Inversnaid. Eerst onze veldflessen bijgevuld (duidelijk overbodig, gezien we later toch de bus zouden nemen) en daarna een toastie gegeten in de self-declared world famous drovers inn. Om 4 uur buiten langs de weg gaan staan om de bus te nemen. Niet dat er iets te zien was dat op een bushalte leek, maar in de drovers inn werd ons verzekerd dat de bus wel zou stoppen. Inverarnan was weer een van die dorpen die eigenlijk maar 1 of 2 gebouwen bevatten. Een half uur later had een handvol schapen de weg overgestoken en was er eentje midden op de baan gaan liggen, maar van de bus was nog steeds niet te zien. Om kwart voor 5 dan toch. Ons Schots accent is blijkbaar nog niet ver genoeg ontwikkeld. Na Crianlarich op tal van verschillende manieren uitgesproken te hebben, bleek het uiteindelijk zelfs nodig de landkaart boven te halen om duidelijk te maken dat we eigenlijk gewoon aan de volgende halte moesten zijn... Een goed kwartier later waren we reeds aan de jeugdherberg in Crianlarich. Nog snel wat marsrepen en wat canned food gaan halen in de lokale supermarkt, ondertussen terug in de regen. Daarna nog eens een douche genomen (en het mag gezegd worden, de gemiddelde douche-installatie in Schotland is dik in orde). Bram heeft naar AMS, een “backpack delivery service” gebeld. Die halen ’s morgens je rugzak op en zetten die dan af aan je eindstop die dag. Daar gebruik van maken was waarschijnlijk de beste beslissing die we genomen hebben tijdens onze reis. Veel meer tijd om te genieten van de omgeving en ook het wandelen zelf zou uiteraard veel aangenamer zijn.

In de jeugdherberg zelf nog wat spaghetti gekookt, achteraf nog wat gepokerd met M&M’s als pokerfiches en tot slot weer op een zeer respectabel uur in bed gekropen.

Day 5 - Crianlarich to Bridge of Orchy (21 km)

7 uur ‘s morgens. Wekker gaat af en het blijkt nog steeds te regenen. Onze rugzakken klaargemaakt voor AMS en in de lobby afgezet. Vanaf nu zouden we nog slechts een kleine rugzak meenemen, die als mijn handbagage gediend had, om regenkledij en dingen die suiker bevatten in te steken. In de lokale supermarkt nog snel een zak broodjes en een pak ham gekocht en op naar Bridge of Orchy. Na een vrij korte tocht door bossen komen we aan bij een ruïne van een oude priorij. Vooral de overblijfselen van het kerkhof vond ik de moeite. Deed me denken aan het spookhuis in de efteling :-) Na nog een stuk door een sparrenbos kwamen we om iets na 11 reeds aan in het dorpje Tyndrum, ongeveer halverwege Crianlarich en Bridge of Orchy. In de Green Welly Stop wat soep, boterhammen en cola tot ons genomen. Toen we ongeveer terug wilden vertrekken kwamen Laura en Kris daar ook juist binnen. Dus zijn we ook nog maar even blijven zitten :-)

Om iets na 1 in de middag werd het dan toch wel tijd om de overige 11 kilometer tot Bridge of Orchy te overbruggen. Net buiten Tyndrum loopt de WHW over een oude militaire baan. Relatief makkelijk wandelen dus, zeker in vergelijking met de vorige dagen. Het regent nog steeds in buien maar dat maakt allemaal niet veel uit; we zijn immers van die loodzware rugzak verlost :-) Recht voor ons hebben we uitzicht op de conische Munro (berg boven de 3000 ft) Beinn Dorain. Om kwart voor 4 kwamen we aan in Bridge of Orchy. Gezien ons verblijf in een jeugdherberg de nacht voordien, kozen we ervoor om vandaag nog eens op een wild campsite te gaan staan. Deze lag pal naast een rivier, aan een brug die je op verscheidene postkaartjes ziet opduiken. Zal waarschijnlijk wel een of andere historische betekenis hebben... Daar ons tentje opgezet in de regen en vervolgens zo goed als het ging in de regen nog eens wat tomatensoep opgewarmd. Tegen dan waren ook Kris en Laura daar gearriveerd en druk bezig met het opzetten van hun tent. Toen dat gebeurd was, zijn we nog iets gaan drinken in het Bridge of Orchy hotel. Om half 11 doodmoe gaan slapen. Of toch proberen te slapen. De hele nacht wakker gelegen van de felle regen en windvlagen buiten. Een wonder dat ons tentje ’s morgens nog (min of meer) helemaal rechtstond...

Day 6 - Bridge of Orchy to Kingshouse (21 km)

Om 7 uur maar meteen opgestaan, want slapen zat er toch niet in. We hebben toen ook samen met Kris en Laura besloten om de toch met 5 verder te wandelen, gezien het zelfs naar Schotse maatstaven slechte weer. Eerst snel even terug naar het Hotel om onze rugzakken daar te deponeren en nog snel een sanitaire stop te maken. Eerst een in normaal weer leuke wandeling van een 5-tal kilometer tot Inveroran. Onderweg een zeer korte omweg gemaakt naar een steenhoop voor een mooi uitzicht over de omgeving. Maar gezien de regen en felle wind zijn we er toch niet al te lang blijven staan. Van Inveroran min of meer in een keer tot aan Kingshouse doorgewandeld. Het weer was te slecht om te pauzeren, en er was eigenlijk ook langs de hele route nergens ook maar iets om te schuilen. Gewoon een kwartier gaan stilstaan op een onbeschutte plaats, terwijl het serieus regent en waait leek ons nu eenmaal niet echt logisch. Om half 2 ’s middags waren we dan ook reeds in Kingshouse. Blijkbaar zijn daar een aantal korte skipistes. Het Glencoe Ski Centre, al stel ik me wel de vraag wie er zo stom is om in Schotland, gezien het weer, te gaan skiën... Voor de rest was er eigenlijk alleen nog een hotel en een wild campsite. In het hotel was er gelukkig nog net een kamer vrij. Weliswaar een 4-persoonskamer, dus iemand moest op een ander slaapplaats vinden. De mevrouw in het hotel regelde het zo dat iemand in een aanpalend gebouw kon slapen. We waren echt enorm opgelucht dat we in het hotel konden blijven, en niet op dat grasveldje onze tent moesten opzetten. De nacht ervoor was al rampzalig geweest, en het weer was er nu niet echt op vooruit gegaan.

Op onze kamer alles te drogen gehangen, wat thee en koffie gedronken en natuurlijk nog eens goed gedouched. Daarna beetje niks gedaan. We wilden het eten zo lang mogelijk uitstellen omdat we anders waarschijnlijk om 9 uur ’s avonds de neiging hadden om nog eens te gaan eten. We spraken af om 19u te gaan eten. In het hotel bestond ook de mogelijkheid kleren te wassen. Gezien onze reeds lang uitgeputte voorraad van echt zuivere kleren, werd snel besloten alles te wassen. Zuivere, goed ruikende kleren, een goede douche, zacht bed, en dadelijk nog een deftige avondmaaltijd. Dit moet echt wel de beste avond van heel de reis zijn geweest :-) Tegen 18u zaten we beneden al te “apperetieven”. Dan toch gegeten en nog iets gedronken, en om half 10 reeds naar bed, iets waar we ook wel naar uitkeken. De luidruchtige en irritante Canadezen hebben er misschien ook wel voor iets tussen gezeten.

Day 7 - Kingshouse to Kinlochleven (13 km)

Gezien de tocht vandaag niet al te lang is, slechts 13 kilometer, hadden we de avond ervoor al snel besloten een uit te slapen (toch in vergelijking met wat we ondertussen gewend waren). Om 9 dan toch opgestaan en onze rugzakken, gevuld met heerlijk zuivere kleren, beneden gaan afzetten. We waren helaas al te laat voor het ontbijt in het hotel. Dan maar een mars gekocht en een blik cola als surrogaat ontbijt. Tegen half 11 onze tocht weer verdergezet. Vandaag zouden we het hoogste punt op de WHW bereiken, boven aan de "Devil’s Staircase". Een naam die veel ergen klinkt dan wat het eigenlijk is, zeker in deze richting, gezien Kingshouse zelf al halverwege het hoogste punt ligt. De afdaling tot Kinlochleven was veel erger. Het eerste stuk liep redelijk parallel met de A82, de grote weg van Fort William tot Glasgow. Op het punt waar we van de baan wegdraaien staat nog eens een paaltje om de route aan te geven. Dit is ook ongeveer het punt dat de 120ste kilometer aangeeft.

Enkele honderden meters verder begon de "Devil’s Staircase", niet veel meer dan een steil bergpad met een leuke naam. Iets na de middag stonden we reeds boven te genieten van het uitzicht. Maar boven op een top staan brengt ook met zich mee dat je volledig staat blootgesteld aan de natuur, en in dit geval vooral de wind. Van daaruit zonder pauzeren doorgewandeld tot Kinlochleven. Een lange afdaling tot helemaal in het dal (zie reliëf helemaal in het begin). In Kinlochleven was er een kleine, maar prachtig onderhouden camping en omdat het voor de verandering eens niet regende, hebben we daar onze tenten opgezet. In de late namiddag nog naar de supermarkt gegaan (waar ze Pringles hadden en waar Bram de idiote keuze maakte om Salt&Vinegar te nemen) en een “real scottish breakfast” besteld in de Tailrace Inn (zie foto hieronder) waar we dan ook maar meteen een warme chocomelk gedronken hebben.

In de vroege avond ons potje gekookt (macaroni met kaas voor Tine en mij, en njam njam bonen in tomatensaus voor Bram). Nadien douchen en chillen. Om de avond goed te eindigen nog iets gaan drinken in een lokale bruine kroeg. Tegen dan begon het weer te regenen...

Day 8 - Kinlochleven to Fort William (22 km)

7.30 opgestaan en in de regen de tent afgebroken. Rugzak voor de laatste keer gaan afzetten voor AMS en dan zo snel mogelijk naar de Tailrace Inn voor ons even heerlijk als vettige Schotse ontbijt. Om kwart voor 10 dan weer eens in de regen vertrokken voor ons laatste stuk van de WHW. Op naar Fort William, onze eind bestemming.

22 kilometer is nog een redelijk afstand om af te leggen, zeker als je al 130 kilometer van de route hebt afgelegd. De tocht begon meteen met een lange klim tot 250 meter hoogte. Tegen het einde van de klim gaat de weg echter terug over in de oude militaire baan en wordt het wandelen weer ietwat aangenamer. Een goede 9 kilometer verder werd het terug een zeer smal en oneffen bospadje. We passeerden langs enkele plaatsen waar en masse aan ontbossing werd gedaan. Dit om die plaatsen nadien te kunnen herbeplanten met de oorspronkelijke boomsoort. Op de achtergrond doemde Ben Nevis voor het eerst op, weliswaar in de wolken gehuld.

Nadien kwamen we in een zeer donker sparrenbos terecht, waar de pad plots steil omhoog klom.

Net achter deze bossen lag aan onze rechterkant een oud fort uit het ijzeren tijdperk, zo schreef onze reisgids. Gezien het onze laatste dag was, leek het ons wel eens de moeite om een kleine omweg te maken. Volgens het bord dat er stond was dit slechts 400 meter. Het leken er wel 4000. En wat het bord ook niet vermeldde is dat je net over het topje eerst nog een dal inmoest om vervolgens nog iets hoger te klimmen om dan uiteindelijk toch het fort te bereiken. Het fort zelf was niet meer dan een U-vormige aarden wal, maar het uitzicht op deze hoge was verbluffend. Fort William in de verte, Ben Nevis recht voor ons. Van hieruit daalt de WHW geleidelijk af om uiteindelijk in Fort William te belanden. De laatste kilometer leek wel eeuwig te duren... zo traag ging het vooruit. Maar om kwart na 4 in de middag bereikten we dan toch het officiële eindpunt van de West Highland Way. Eerst daar wat foto’s genomen en nadien wat in de souvernirshop rondgekeken. Daar hebben we ook afscheid genomen van Kris en Laura, die een Bed&Breakfast in Fort William zelf hebben gezocht, om zo de dag nadien meteen de trein richting Glasgow te kunnen nemen. Wijzelf hebben een taxi naar de jeugdherberg aan de voet van Ben Nevis genomen, in de hoop deze 2 dagen later te kunnen beklimmen. Helaas was het weer enorm slecht de daarop volgende dagen (onweer en sneeuw boven op Ben Nevis) en dat plan dus vrij letterlijk in het water gevallen. We zullen dus nog eens terug moeten komen...